7 Reglement Beroepen

Dit reglement maakt deel uit van het Huishoudelijk Reglement NOMAC.

7.1 Afbakening

Beroep staat open tegen:

  1. beslissingen van Sportcommissarissen;
  2. beslissingen van de Wedstrijdleider, voor zover deze beslissingen zijn genomen tijdens een wedstrijd voor het Nederlands Kampioenschap waarbij geen Sportcommissaris aanwezig is geweest;
  3. beslissingen van het Sectiebestuur;
  4. beslissingen van het Algemeen Bestuur, houdende een weigering een besluit tot tussentijdse reglementswijziging van een Sectiebestuur te vernietigen;
  5. besluiten en handelingen van het Algemeen Bestuur, doch slechts indien het een besluit of handeling betreft, waarbij het betreffende reglement expliciet aangeeft dat hiertegen beroep kan worden aangetekend.

7.2 Recht

Beroep tegen een beslissing van Sportcommissarissen c.q. de Wedstrijdleider kan worden ingesteld door:

  1. de rijder jegens wie de beslissing is genomen.
  2. de rijder, die getroffen wordt door een jegens een andere rijder door de Sportcommissaris c.q. de Wedstrijdleider genomen beslissing.

7.3 Indiening

  1. Het beroep wordt ingesteld bij een tot het Algemeen Bestuur gericht geschrift, dat aan het Secretariaat wordt toegezonden of tijdens het evenement aan de Sportcommissaris c.q. de Wedstrijdleider is overhandigd.
  2. Het beroepsschrift is gemotiveerd en gaat voor zoveel mogelijk vergezeld van de op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder in elk geval een afschrift van de beslissing of uitspraak waartegen het beroep is gericht.
  3. Het Algemeen Bestuur kan degene die een ongemotiveerd beroepsschrift heeft ingediend in de gelegenheid stellen dit verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Hij die niet binnen de gestelde termijn het verzuim heeft hersteld kan in zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

7.4 Beroepsgeld

  1. Voor de behandeling van het beroep is een beroepsgeld verschuldigd, waarvan de hoogte jaarlijks door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld.
  2. Indiener van het beroep wordt door het Algemeen Bestuur niet-ontvankelijk verklaard in geval het verschuldigde beroepsgeld niet binnen de in artikel 5 gestelde termijnen is betaald.
  3. Bij gehele of gedeeltelijke gegrondverklaring van een beroep kan het Algemeen Bestuur gehele, respectievelijk gedeeltelijke teruggaaf van het ontvangen beroepsgeld gelasten.

7.5 Termijnen

  1. Het beroep tegen een beslissing van de Sportcommissaris c.q. de Wedstrijdleider moet worden ingesteld binnen twee (2) dagen na de dag waarop die beslissing de betrokkene is medegedeeld, mits het voornemen om in beroep te gaan binnen een uur na de beslissing, schriftelijk aan de Sportcommissaris c.q. de Wedstrijdleider is medegedeeld en het verschuldigde beroepsgeld is voldaan. De rijder mag niet starten zolang het beroepsgeld niet is voldaan.
  2. Beroep tegen de beslissingen, als bedoeld in artikel 1 sub c, d en e dient te worden ingesteld binnen zeven (7) dagen na de dag van verzending van de bestreden beslissing.
  3. Degene die beroep instelt na de in het eerste en tweede lid gestelde termijn, zal niet-ontvankelijk worden verklaard, tenzij hij/zij ten genoegen van het Algemeen Bestuur aantoont dat hem/haar ter zake de overschrijding van de beroepstermijn redelijkerwijs geen verwijt treft.

7.6 Intrekking van het beroep

  1. In geval van intrekking van een ingesteld beroep kan het ontvangen beroepsgeld worden teruggegeven wanneer de datum van de behandeling nog niet is bepaald.
  2. Recht op teruggaaf bestaat niet indien een rijder in beroep is gegaan tegen een straf en dit beroep de straf (voorlopig) ongedaan heeft gemaakt.

7.7 Behandeling van het beroep

  1. Het beroep wordt behandeld in een openbare zitting.
  2. De Voorzitter van het Algemeen Bestuur bepaalt tijd en plaats van de zitting.
    Het tijdstip van de zitting wordt niet vroeger bepaald dan tenminste 14 dagen na de datum van indiening van het beroep en niet later dan 2 maanden na datum van indiening, tenzij partijen zich schriftelijk akkoord verklaren met een andere termijn.
  3. Het Algemeen Bestuur kan hetzij uit eigen initiatief, hetzij op verzoek van degene die de het beroep ingesteld heeft, hetzij op verzoek van beklaagde, bepaalde personen als getuigen of deskundigen horen.
  4. Hij die ingevolge dit artikel als getuige of deskundige door het Algemeen Bestuur is opgeroepen en behoort tot een der categorieën van personen, genoemd in artikel 2 is verplicht aan die oproeping gevolg te geven.
    Het Algemeen Bestuur kan straffen en maatregelen opleggen aan licentiehouders die, behoudens overmacht, geen gehoor geven aan de oproeping als getuige of deskundige bij een zitting te verschijnen, danwel die klaarblijkelijk welbewust hun verklaringen in strijd met de waarheid hebben afgelegd.
  5. Tot zeven (7) dagen voor de behandeling kunnen partijen aan het Secretariaat schriftelijk opgave doen van getuigen en/of deskundigen die zij ter terechtzitting wensen te doen of laten horen. Deze getuigen en deskundigen dienen door de partij die hen wenst te horen te worden opgeroepen. Getuigen en/of deskundigen die niet met inachtname van de voorgeschreven termijn aan het Secretariaat zijn opgegeven, als ook getuigen en/of deskundigen waarvan het verhoor naar het oordeel van het Algemeen Bestuur niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zullen niet door het Algemeen Bestuur worden gehoord.
  6. Indien de beklaagde noch in persoon noch bij gemachtigde verschijnt kan niettemin tot behandeling van het beroep worden besloten.
  7. Het Secretariaat draagt er zorg voor dat er aantekening wordt gehouden van de hoofdzaken van het verhandelde ter zitting. Deze aantekeningen zijn niet openbaar.

7.8 Uitspraak

  1. Het Algemeen Bestuur doet zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval niet later dan veertien dagen na de datum van de behandeling schriftelijk uitspraak.
  2. De uitspraak bevat de gronden waarop zij berust.
  3. Bij de uitspraak kunnen door het Algemeen Bestuur één of meer van de navolgende disciplinaire maatregelen en straffen hetzij (geheel) voorwaardelijk hetzij (geheel) onvoorwaardelijk, worden opgelegd:
    1. Waarschuwing;
    2. Een geldboete met een minimum van EUR100,- en een maximum van EUR1.000,-;
    3. Uitsluiting van één of meer in de uitspraak aan te wijzen evenementen;
    4. Intrekking van de NOMAC Rijderslicentie;
    5. Diskwalificatie;
    6. Ongeldigverklaring van een race of evenement met bepaling dat de daarbij behaalde punten buiten beschouwing worden gelaten voor het betreffende kampioenschap.
  1. Het Secretariaat is bevoegd aan een ieder afschriften van uitspraken te verstrekken.

7.9 Gevolgen van het instellen van beroep

  1. Het beroep schort de werking van de beslissing of de uitspraak waartegen het is gericht op, tenzij de rijder is uitgesloten wegens wangedrag.
  2. Wanneer een beroep een opschortende werking heeft en de indiener van het beroep het beroep achteraf intrekt, dan legt het Algemeen Bestuur de indiener één of meer sancties op, al of niet op verzoek van de organisator. Een extra sanctie zal in dat geval altijd (ook) een uitsluiting voor een toekomstig evenement inhouden.