5 Algemeen Wedstrijd Reglement
Dit reglement maakt deel uit van het Huishoudelijk Reglement NOMAC.5.1 Toepassing
Dit reglement is van toepassing op alle door of namens de NOMAC georganiseerde wedstrijden voor een Nederlands Kampioenschap.
5.2 Race/wedstrijd
Een race is een competitie, waarbij twee of meer wagens gelijktijdig van achter dezelfde startlijn van start gaan, meermalen hetzelfde traject volgen, waarbij de winnaar de deelnemer is die als eerste een bepaalde afstand heeft afgelegd of als eerste de grootste afstand in een bepaalde tijd heeft afgelegd, inbegrepen een eventueel opgelegde handicap. De races worden gehouden op een in het Sectiereglement nader te noemen, afgezette baan.
Een wedstrijd is het totaal van gecontroleerde training(en) en races, inclusief opstellen, opwarm-, proef- en uitloopronde(n).
5.3 Toepasselijke reglementen
De wedstrijden worden gehouden overeenkomstig de bepalingen van de
De bovenstaande volgorde van de opsomming van de reglementen is de prioriteitsvolgorde in welke de reglementen dienen te worden toegepast. Opname van een reglement in een dergelijke prioriteitsvolgorde betekent automatisch dat de bepalingen ervan van toepassing zijn indien en voor zover in een reglement met een hogere prioriteit niet anders is bepaald.
De deelnemer onderwerpt zich door inschrijving aan alle, op het desbetreffende evenement van toepassing zijnde, bovengenoemde reglementen.
5.4 Bindende taal
De bindende taal is de taal van de oorspronkelijke tekst, zoals de Engelse taal voor bepalingen uit de EFRA-reglementen en de Nederlandse taal voor de NOMAC-reglementen.
5.5 Sectiereglementen
Secties waarin wedstrijden worden verreden van namens de NOMAC ingestelde "Nederlandse Kampioenschappen" voor bepaalde klassen of categorieën zijn verplicht om voor elk van deze klassen of categorieën een reglement op te nemen in het Sectiereglement.
Sectiereglementen dienen door het Sectiebestuur jaarlijks vóór 1 januari ter controle en accordering te worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur om in het Jaarboek gepubliceerd te kunnen worden. Bij een latere aanleverdatum zal het Sectiereglement van het voorgaande jaar in het Jaarboek worden opgenomen. Het Algemeen Bestuur kan bindend voorschrijven dat (onderdelen van) de voorgelegde Sectiereglementen worden aangepast, aangevuld of anderszins gewijzigd.
Het Algemeen Bestuur zal de betrokken secties binnen één maand na de vorenvermelde uiterste indieningsdatum over zijn bevindingen informeren.
In uitzonderingsgevallen - bijvoorbeeld wanneer de eerste race voor een bepaalde klasse of categorie pas geruime tijd na de gebruikelijke seizoenstart plaats vindt - kan het Algemeen Bestuur een sectie toestemming verlenen om het onderhavige Sectiereglement op een later, nader overeen te komen, tijdstip in te dienen.
Sectiereglementen die niet aan het Algemeen Bestuur zijn voorgelegd, dan wel door het Algemeen Bestuur niet accoord zijn bevonden, hebben geen rechtskracht.
Tussentijdse wijzigingen van Sectiereglementen dienen uiterlijk 4 (vier) weken (i.v.m. publicatie) voor de datum van het eerstvolgende evenement van de betrokken klasse, waarbij deze van kracht dienen te zijn, ter controle en accordering aan het Algemeen Bestuur te worden voorgelegd. De wijzigingen hebben pas geldigheid na accoord bevinding door het Algemeen Bestuur en nadat zij aan de deelnemers en andere belanghebbenden bekend zijn gemaakt. Uitsluitend in geval van force-majeur, e.e.a. ter beoordeling van de Sportcommissaris, kan onmiddellijk voor of tijdens een wedstrijd ad-hoc een wijziging in een Sectiereglement worden aangebracht. In het geval deze wijziging een permanent karakter dient te krijgen, dient zij z.s.m. na de desbetreffende wedstrijd - en in elk geval vóór een volgende wedstrijd van de onderhavige klasse of categorie - alsnog ter controle en accordering aan het Algemeen Bestuur te worden voorgelegd; in het geval het een eenmalige, tijdelijke wijziging betreft, volstaat een mededeling ter zake aan het Algemeen Bestuur.
5.6 Aansprakelijkheid
Rijders die de clausule niet voor accoord ondertekenen, worden niet tot de wedstrijd toegelaten.
5.7 Verzekering
Ten behoeve van de bij de NOMAC aangesloten instellingen en hun leden wordt een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering gesloten, welke van kracht is gedurende alle evenementen. Ten opzichte van een deelnemer wordt ieder ander als derde beschouwd, echter met uitsluiting van een andere deelnemer. W.A.-schade welke de deelnemers elkaar toebrengen, hetzij bestaande uit persoonlijk letsel al of niet de dood ten gevolge hebbende, hetzij bestaande uit materiële schade (bijv. aan een deelnemende modelauto) is derhalve niet onder deze verzekering gedekt.
Indien elders een verzekering is gesloten, welke de hierboven genoemde risico’s geheel of gedeeltelijk dekt of zou dekken, indien deze verzekering niet was afgesloten, wordt onder deze verzekering slechts vergoeding verleend, voor zover de schade het bedrag te boven gaat, dat uit hoofde van de elders gesloten verzekering is uitgekeerd of zou zijn uitgekeerd, indien deze verzekering niet bestond. Noch de aangesloten instelling, noch de promotor, noch de circuit- of baaneigenaar, noch de NOMAC draagt met betrekking tot de totstandkoming en de nakoming van bovenvermelde verzekering enigerlei verantwoordelijkheid jegens wie dan ook.
De originele tekst in de verzekeringspolis is bindend.
5.8 Inschrijving
Het toekennen van een NOMAC rijderslicentie aan een rijder houdt tevens in dat de rijder automatisch is ingeschreven voor alle wedstrijden voor het Nederlands Kampioenschap. De rijder hoeft zich dus niet meer voor iedere wedstrijd persoonlijk in te schrijven, maar dient zich wel tussen 08:00 uur en 08:45 uur op de wedstrijddag te melden bij de Sectievertegenwoordiger en zijn licentie te tonen. Indien mogelijk, kan dit eveneens op de dag voorafgaande aan de wedstrijddag tussen 12:00 uur en 13:00 uur en tussen 17:00 uur en 18:00 uur. Niet of niet tijdig melden heeft tot gevolg dat de betreffende rijder niet zal deelnemen aan de wedstrijd.
Door inschrijving verklaart de rijder uitdrukkelijk dat de ingeschreven modelauto in alle opzichten voldoet aan de reglementen en volledig geschikt is voor deelname aan het betrokken evenement. Deze aansprakelijkheid van de rijder wordt niet opgeheven door het goedkeuren van de modelauto door de Technische Commissaris.
Per klasse kan een deelnemer slechts met
één auto inschrijven. Deze auto mag gedurende het hele evenement
slechts door deze deelnemer worden bestuurd.
Ter controle hiervan kan de organisator het chassis van de modelauto
(laten) merken.
5.9 Aanmelding
5.10 Zend-apparatuur
5.11 Organisatie
5.11.1 Training
De organisator dient de dag voorafgaande aan de wedstrijd de mogelijkheid tot vrij trainen te geven. Het circuit dient van 10:00 uur tot 17:00 uur exclusief beschikbaar te zijn voor de rijders die deelnemen aan het evenement.
Tijdens de training zijn de reglementen conform Artikel 5.3 onverkort van toepassing.
Indien de wedstrijd bestaat uit verschillende klassen die gescheiden worden verreden, mag de organisator ervoor kiezen om de klassen gescheiden laten trainen.
De organisator dient tijdens de training een frequentiebord beschikbaar te hebben. De rijders dienen gebruik te maken van het frequentiebord conform de aanwijzingen van de organisator.
5.11.2 Indeling
De wedstrijdleiding stelt in overleg met het Sectiebestuur de startvolgorde en de heatindeling vast. De heatindeling is zoveel mogelijk overeenkomstig de actuele stand in het kampioenschap.
Aan indelingsverzoeken wordt indien mogelijk door de Wedstrijdleider gehoor gegeven.
De startvolgorde dient voor de rijders zichtbaar te worden opgehangen.
De wedstrijdleiding verstrekt aan elke deelnemer een drietal zelfklevende startnummers, waarbij het cijfer zwart en de achtergrond wit van kleur is. Deze nummers dienen gebruikt te worden zoals ze zijn uitgegeven: ze mogen dus niet worden uitgeknipt.
5.11.3 Heats
Tijdens de heats wordt gebruik gemaakt van de "EFRA-staggered" start. Iedere auto die na het startsignaal voor de eerste keer de finishlijn passeert, start zijn eigen klok en begint zijn heat. Het is gedurende de eerste loze ronde, tot men voor de eerste keer de finishlijn passeert, verboden te passeren of de baan af te snijden, behoudens race incidenten. Voor wagens die te laat starten gaat de klok lopen op het moment dat één wagen één volle echte ronde op de computer heeft staan.
Om zich te kwalificeren voor een (sub-)finale moet de rijder tenminste één tellende ronde hebben gereden. Iedereen die zich kwalificeert krijgt punten voor het finale resultaat, ook al rijdt men niet in de betreffende finale.
5.11.4 Finales
Bij alle (sub-)finales wordt een Formule 1 Grid Start toegepast.
Een valse start bij een finale, d.w.z. het geheel of gedeeltelijk overschrijden van de voorste lijn van het startvak wordt bestraft met een "stop en go penalty".
Auto's die niet voor de aanvang van de aftelprocedure aan de start zijn dienen uit de pits te starten, op voorwaarde dat aldus geen voordeel verkregen kan worden.
5.11.5 Uitstel
Uitstel wegens frequentieproblemen kan
worden verleend voor alle finales. Uitstel wegens technische redenen wordt
alleen verleend voor de finale en de halve finales. Per finale éénmalig
en bedraagt maximaal 10 minuten.
Uitstel moet worden aangevraagd voordat de rijders naar de start worden
geroepen (vóór het 30-seconden signaal).
Rijders, die een frequentie gebruiken conform Artikel 4.2 sub b), kunnen geen uitstel aanvragen wegens frequentieproblemen.
Met uitzondering van uitstel aangevraagd wegens frequentieproblemen, dient de betreffende rijder van de "elfde" plaats op de grid, dan wel 4 meter achter het 10e startvak, te starten.
5.11.6 Regen
Eén droge heat voor iedereen betekent dat alle heats tellen, dus ook de natte. De droge heats hoeven niet in dezelfde serie te zijn verreden.
In het "kerstboomsysteem" wordt bij regen gedurende de sub-finales het klassement opgemaakt met ex-aequo's.
5.11.7 Pits
Toegang tot de pits is uitsluitend voorbehouden aan officials, rijders en hun helpers van de desbetreffende heat of finale. Zij dienen zich alszodanig te kunnen legitimeren
Tijdens de heats is één helper per auto toegestaan. Tijdens de (sub-)finales zijn twee helpers toegestaan. Tijdens de heats en (sub-)finales dienen alle reparaties en het tanken in de pits of in het rennerskwartier te gebeuren. Kleinigheden, zoals het bevestigen van een vleugel mogen door een baaninzetter terzijde van de baan gebeuren, mits andere rijders daardoor niet gehinderd worden.
Bij het verlaten van de pits, of het weer de baan oprijden vanuit de berm heeft het circuit verkeer voorrang.
Na het finishsignaal mogen er geen auto's meer de pits verlaten.
5.11.8 Baaninzetten
Het inzetten van uit de baan geraakte auto's en het terugbrengen van auto's waarvan de motor is afgeslagen, gebeurt door de rijders uit de voorgaande heat of (sub-)finale. Hiertoe gaan na iedere heat of (sub-)finale de betreffende rijders baaninzetten. Bij de eerste heat beginnen de rijders uit de laatste heat met baaninzetten. De baaninzetters dienen een door de wedstrijdleiding ter beschikking gesteld reflecterend hesje te dragen tijdens het uitvoeren van hun taak, indien beschikbaar.
Niet baaninzetten tijdens de heat kan bestraft worden met maximaal 1 ronde aftrek op de beste heatscore van die dag, maar wordt altijd bestraft met 10 strafpunten.
Voor de eerste (sub-)finales worden de baaninzetters aangewezen door de wedstrijdleiding, dit zijn bij voorkeur de direct geplaatste rijders. Bij niet baaninzetten tijdens de (sub-)finales vervalt het resultaat dat men in de laatste (sub-)finale heeft bereikt. Rechtstreeks geplaatste rijders die niet baaninzetten bij de eerste (sub-)finales kunnen een start verbod opgelegd krijgen voor de finale en zodoende maximaal 10e worden in de betreffende finale.
Het is de rijder toegestaan een capabele vervanger te laten baaninzetten. Of een vervanger al dan niet capabel is, is ter beoordeling van de wedstrijdleiding of scheidsrechter. Er wordt aangenomen dat deze vervanger de nodige kennis van modelautoracen bezit. De baaninzetters moeten zonodig voor de wedstrijd worden geïnstrueerd over het omgaan met de auto's.
Baaninzetters dienen op de hun aangewezen post te zijn vanaf het moment dat de baan open is voor de deelnemers aan de heat of (sub-)finale tot aan het moment dat de wedstrijdleiding alle deelnemers aan de heat of (sub-)finale heeft gefinished.
Baaninzetten is alleen toegestaan als de baaninzetters vanaf een veilige plaats kunnen werken.
5.11.9 Technische keuring
Zowel voor, tijdens, als na een heat of (sub-)finale heeft de wedstrijdleiding het recht auto's en zendapparatuur te controleren.
Tijdens de technische controle kan het chassis van de auto worden gemerkt. Een gemerkt chassis mag alleen worden vervangen door een ander chassis na toestemming van de wedstrijdleiding en na inlevering van het gemerkte chassis bij de wedstrijdleiding.
Na afloop van iedere heat en (sub-)finale levert iedere rijder zijn zender en auto in. Wagens of zenders die niet conform het reglement zijn verliezen het daarmee behaalde resultaat van die heat cq. verkrijgen de laatste plaats in de rangschikking van de (sub)finale. Er is o.a. controle op frequentie, gewicht, afmetingen en motorspecificaties.
De rijder heeft de verantwoordelijkheid de modelauto op het juiste tijdstip ter keuring aan te bieden. De rijder dient op verzoek de Technisch Commissaris behulpzaam te zijn bij de demontage van een onderdeel van de modelauto. De rijder dient de aanwijzingen van de officials steeds stipt op te volgen.
De rijder van wie de modelauto, al dan niet naar aanleiding van een protest, een technisch onderzoek moet ondergaan, kan geen kosten of schadevergoeding vorderen van de NOMAC, organisator, de officials en evenmin van de partij die een protest heeft ingediend.
Noch de NOMAC, noch de organisator noch de officials zijn verantwoordelijk voor enige schade of gevolgen in verband met een keuring ontstaan.
5.11.10 Diskwalifikatie
Rijders die zich onsportief gedragen kunnen door de Sportcommissaris verdere deelname worden ontzegd of kunnen worden uitgesloten van het evenement.
Een rijder die zich naar het oordeel van de wedstrijdleiding schuldig maakt aan handtastelijkheden, onheuse bejegeningen en/of het gebruik van alcohol, middelen die de rijvaardigheid beïnvloeden, stimulerende of verdovende middelen of die om andere fysieke of psychische reden niet bekwaam kan worden geacht voor het besturen van een modelauto, kan door de Sportcommissaris worden uitgesloten van het evenement en onmiddellijk worden verwijderd van het circuit. Jegens de rijder kan de Sportcommissaris het Algemeen Bestuur verzoeken om aanvullende maatregelen.
Een rijder, die zich naar het oordeel van de wedstrijdleiding onbehoorlijk gedraagt na het betreden van de accomodatie, of waarvan de helper(s) of begeider(s) zich naar het oordeel van de wedstrijdleiding onbehoorlijk gedragen na het betreden van de accomodatie, kan door de Sportcommissaris worden uitgesloten van het evenement en samen met zijn helper(s) en begeleider(s) onmiddelijk worden verwijderd van de accomodatie. Jegens de rijder kan de Sportcommissaris het Algemeen Bestuur verzoeken om aanvullende maatregelen.
De rijder die in enig document al dan niet opzettelijk een onjuiste verklaring heeft gedaan, kan door de Sportcommissaris uitgesloten worden van het evenement.
5.11.11 Protesten
Artikel vervallen - opgenomen in apart hoofdstuk.
5.11.12 Officials
Met de term 'official' worden de volgende functionarissen aangeduid:
Zij kunnen één of meer assistenten hebben.
5.11.13 Taken en bevoegdheden
De Sportcommissaris heeft de hoogste bevoegdheid bij de interpretatie van de reglementen. Hij is voor de uitvoering van zijn functie uitsluitend verantwoording verschuldigd aan het Algemeen Bestuur. De verantwoording voor het uitvoeren van de reglementen ligt volledig bij de Wedstrijdleider en niet bij de Sportcommissaris.
De Sportcommissaris is bevoegd straffen op te leggen. De strafbevoegdheid van de Sportcommissaris strekt zich uit tot organisatoren, officials, rijders en helpers.
Zo spoedig mogelijk na het einde van het evenement dient door de Sportcommissaris een ondertekend rapport bij het Secretariaat te worden ingediend, waarin een overzicht wordt gegeven van de bevindingen, van de bijzonderheden betreffende ingediende protesten, van de getroffen maatregelen alsmede van de adviezen betreffende eventueel nader te treffen maatregelen.
De Sportcommissaris heeft tijdens het evenement de volgende bevoegdheden:
De Wedstrijdleider is verantwoordelijk voor het verloop van het evenement en het handhaven van de reglementen.
Iedere official, met uitzondering van de Sportcommissaris en de Scheidsrechter, is ondergeschikt aan de Wedstrijdleider.
Hij ziet erop toe dat iedere official tijdig op zijn post is, voorzien is van de benodigde hulpmiddelen en rapporteert de afwezigheid van een official aan de Sportcommissaris.
Hij instrueert iedere official en rijder door middel van een briefing.
Hij ontvangt protesten van rijders en stelt deze onmiddellijk ter beschikking van de Sportcommissaris.
Hij verzamelt de rapporten van de Tijdwaarnemer, de Technische Commissaris en de Scheidsrechter om de einduitslag te kunnen opmaken.
Wanneer aan het evenement geen Sportcommissaris is toegewezen, verkrijgt de Wedstrijdleider de taken en bevoegdheden van de Sportcommissaris uitgezonderd het opleggen van geldboetes, anders dan de in het reglement genoemde geldstraffen.
Wanneer aan het evenement geen Scheidsrechter is toegewezen, verkrijgt de Wedstrijdleider de taken en bevoegdheden van de Scheidsrechter. Indien wel een Scheidsrechter aanwezig is, kan deze de Wedstrijdleider verzoeken hem te ondersteunen in zijn taken.
Op instructie van de Wedstrijdleider start de Tijdwaarnemer de tijdmeting.
Voor de tijdmeting gebruikt hij uitsluitend door NOMAC goedgekeurde apparatuur.
Hij stelt de tijd vast waar de rijder recht op heeft.
Hij ondertekent het tijdwaarnemingsrapport en overhandigt dit aan de Wedstrijdleider.
Tenzij anders opgedragen door de Wedstrijdleider doet hij geen enkele mededeling betreffende de tijdmeting aan anderen dan de Wedstrijdleider en Sportcommissaris.
De Technisch Commissaris stelt de conformiteit van de modelauto aan de technische reglementen vast. Dit kan zowel voorafgaand aan als tijdens het evenement geschieden.
Hij gebruikt hiervoor uitsluitend meetmethoden die door NOMAC zijn goedgekeurd.
Op verzoek van de Wedstrijdleider stelt hij een rapport op, ondertekent dit en overhandigt het aan de Wedstrijdleider.
Tenzij anders opgedragen door de Wedstrijdleider doet hij geen enkele mededeling betreffende zijn bevindingen aan anderen dan de betreffende rijder, de Wedstrijdleider en de Sportcommissaris.
De Scheidrechter observeert de wedstrijd. Hij let in het bijzonder op het (rij-)gedrag van de rijders (en hun helpers) op en om de baan/circuit.
Hij ziet toe op de handhaving van de regels met betrekking tot sportiviteit, eerlijkheid, discipline etc.
De Scheidsrechter maakt gebruik van een door de organisator beschikbaar gestelde geluidsinstallatie opdat hij rechtstreeks de betrokken rijder kan waarschuwen.
De Scheidsrechter kan waarschuwingen uitdelen en indien daartoe aanleiding bestaat ,stop en go penalty's. Tevens kunnen 10 strafpunten wegens niet baaninzetten worden uitgedeeld. Deze strafpunten worden op de uitslagen lijsten in mindering gebracht op de behaalde wedstrijdpunten.
Op verzoek van de Wedstrijdleider stelt hij een rapport op, ondertekent dit en overhandigt het aan de Wedstrijdleider.
De Sectievertegenwoordiger instrueert de Technische Commissaris over de te gebruiken meetmethoden en stelt eventueel hiervoor hulpmiddelen ter beschikking. Hij ziet erop toe dat deze hulpmiddelen conform de bijgevoegde gebruiksaanwijzing worden gebruikt tijdens het evenement en ontvangt na afloop van het evenement de hulpmiddelen retour.
Op verzoek van de Wedstrijdleider licht hij de Sectiereglementen toe.
Op verzoek van de Wedstrijdleider verstrekt hij voorafgaand aan het evenement de stand van het kampioenschap waarop de heatindeling dient te worden gebaseerd.
5.11.14 Tijdwaarneming
Deelnemers dienen hun modelauto te voorzien
van een persoonlijke transponder. Deze transponder en de telinstallatie
moeten AMB compatible zijn.
Het is de verantwoordelijkheid van de rijder de transponder deugdelijk
in/aan de auto te bevestigen. Indien de transponder niet is bevestigd of
niet is aangesloten, wordt de auto niet geteld.
Het is de verantwoordelijkheid van de wedstrijdleiding de goede werking van de telinstallatie en van de transponders te controleren.
Indien tijdens de wedstrijd de transponder wordt verloren of niet meer functioneert, dient de wedstrijdleiding de ronden zo goed mogelijk handmatig bij te houden. Bij een ernstige storing in het telsysteem kan de Wedstrijdleider aan de Sportcommissaris voorstellen om de lopende heat of finale opnieuw te starten.
Iedere organisator dient minimaal twee reserve transponders (AMB compatible) beschikbaar te hebben tijdens een wedstrijd in geval van calamiteiten met een transponder van een deelnemer.
5.11.15 Prijzen
De organiserende vereniging stelt voor
een wedstrijd voor het Nederlands Kampioenschap bekers beschikbaar voor
de eerste drie rijders van de hoogste finale in elke klasse.
Beloning met bekers en medailles wordt voor alle andere wedstrijden
aan de organiserende vereniging overgelaten.
De prijsuitreiking vindt plaats uiterlijk 20 minuten nadat de laatste finale van de wedstrijddag verreden is, tenzij er een protest is ingediend tegen de uitslag van de laatste finale. In dat geval zal de prijsuitreiking zo spoedig mogelijk na de beslissing op het protest plaatsvinden.
Voor het geven van geldprijzen en goederen is in elk geval nadrukkelijk toestemming nodig van het Algemeen Bestuur.
Het geven van startgelden, onkostenvergoedingen, het betalen van hotelrekeningen e.d. door de wedstrijdorganisatie aan de rijder is verboden.
5.12 Strafmaatregelen
Strafmaatregelen kunnen slechts worden toegepast als ze in het Algemeen Wedstrijd Reglement en/of het Sectiereglement zijn vermeld en zijn goedgekeurd door het Algemeen Bestuur.
Alle straffen moeten voorafgegaan worden door een waarschuwing, tenzij de overtreding van een dusdanig niveau is, dat niet kan worden volstaan met een waarschuwing. Een rijder die drie keren bestraft is, wordt onmiddellijk verdere deelname aan de wedstrijd ontzegd. Bij het geven van een officiële waarschuwing of straf moet zowel de reden als de gegeven straf duidelijk en verstaanbaar geformuleerd worden. Dit om onduidelijkheid te voorkomen. De Sportcommissaris kan het Algemeen Bestuur adviseren om een deelnemer aan wie verdere deelname is ontzegd, te schorsen.
Wanneer een organisator de wedstrijdreglementen niet naleeft, kan dat gevolgen hebben voor toekomstige toewijziging van wedstrijden voor het Nederlands Kampioenschap.
5.13 De modelauto's
De voorschriften voor de modelauto's worden per klasse omschreven in het Sectiereglement.
5.14 Het circuit
5.14.1 Afmetingen
Minimum lengte: 200 meter
Minimum breedte tussen markeringen: 4 meter
Het verste punt van de baan mag ten opzichte van de rijdersstelling niet meer dan 60 meter zijn.
5.14.2 Aanleg
Het oppervlak van de baan moet van asfalt zijn, overgangen dienen zo glad mogelijk te verlopen. Eventuele obstakels, zoals putten, bomen en lantaarnpalen dienen buiten de baan te blijven en mogen het uitzicht van de rijder niet belemmeren.
Het circuit moet voorzien zijn van een redelijke variatie aan grote en kleine bochten, zowel linksom als rechtsom. De rechte circuitdelen moeten verschillen in lengte.
5.14.3 Markering
De breedte markering van de baan moet worden aangebracht met verf, tape of krijt met een minimale breedte van 5 cm.
5.14.4 Afzetting
Het mag niet mogelijk zijn dat auto's in het publiek kunnen komen. De veiligheid van publiek, rijders en wedstrijdleiding dient door een functionele baanafzetting te allen tijde gewaarborgd te zijn.
Er dient een afzetting te zijn die het haast onmogelijk maakt bochten af te snijden, of op andere delen van de baan te komen. Een afzetting kan bestaan uit planken, met zand gevulde brandslangen, rubberen slang, dots of autobanden. Deze dienen dusdanig te worden gemonteerd, of uitgelegd, dat wegschuiven zoveel mogelijk voorkomen wordt. Bij de keuze van de afzetting is de veiligheid van het publiek belangrijker dan het voorkomen van schade aan de modelauto's.
5.14.5 Start / Finish
Op de baan moeten duidelijke start- en/of finishlijnen zijn aangebracht. De finishlijn dient te zijn aangebracht op de plaats van de (primaire) tellus.
Voor alle finales wordt gebruik gemaakt van een Formule 1 Grid Start. Hiertoe worden 11 startvakken aangebracht op de baan en wel zo dat de afstand tussen de auto's 1, 3, 5, enz. minimaal 4 meter bedraagt. Auto 2 staat minimaal 2 meter naast auto 1 en precies tussen 1 en 3 in enzovoorts.
5.14.6 Pits
De pitsstrook ligt voor of terzijde van de rijdersstelling en na de finishlijn. Zij moet voorzien zijn van 10 genummerde vakken, waarin de helpers plaats moeten nemen. De pitsstrook dient afdoende afgeschermd te zijn van de rest van de baan. De in- en uitrit dienen tenminste 1 meter breed te zijn.
5.14.7 Rennerskwartier
Het rennerskwartier ligt terzijde van de rijdersstelling en dient voorzien te zijn van voldoende overdekte werktafels voor alle deelnemers (minimaal 0,5 m2 per rijder) en van 230 volt stroomvoorziening van voldoende capaciteit.
Toegang tot het rennerskwartier is uitsluitend voorbehouden aan officials, rijders en hun helpers. Zij dienen zich alszodanig te kunnen legitimeren.
5.14.8 Keuring
Alvorens er een wedstrijd voor het Nederlands Kampioenschap kan worden verreden, dient het circuit te zijn goedgekeurd door het Sectiebestuur.
5.14.9 Geluidsinstallatie
Een duidelijk verstaanbare (op rijdersstelling en in het rijderskwartier en de pitsstraat) geluidsinstallatie is een absolute voorwaarde.
5.14.10 Toegang
Deelnemers, hun helpers en officials hebben gedurende het evenement vrij toegang tot het circuit.
Leden van het Sectiebestuur en het Algemeen Bestuur hebben vrij toegang tot het circuit gedurende het evenement indien zij zich als zodanig bekend maken.
5.14.11 Overige voorzieningen
Adequate sanitaire voorzieningen dienen beschikbaar te zijn gedurende de tijd dat de accomodatie geopend is voor rijders, helpers, officials en publiek.
5.15 Publiciteit
Iedere rijder die ter gelegenheid of als gevolg van een wedstrijd mededeling doet, of laat doen, is verplicht daarbij de daadwerkelijke prestaties, de categorie, de klasse enz. van de modelauto of het behaalde resultaat ondubbelzinnig te vermelden. Iedere weglating of bijvoeging waardoor enig misverstand zou kunnen ontstaan, kan aanleiding geven tot oplegging van een straf.
5.16 Deelname aan internationale wedstrijden onder auspiciën van EFRA
5.16.1 Binnen Nederland
Deelname aan open internationale wedstrijden in Nederland is mogelijk voor
Toekenning van startplaatsen geschiedt in bovenstaande volgorde.
5.16.2 Buiten Nederland
Deelname aan open internationale wedstrijden buiten Nederland is mogelijk voor houders van een EFRA rijderslicentie.
5.16.3 Europees (EK) of Wereldkampioenschap (WK)
a) Voor deelname aan EK en WK is, naast de eisen die EFRA en IFMAR stelt, een EFRA rijderslicentie en toestemming van het Sectiebestuur nodig. Rijders met een niet-Nederlandse nationaliteit hebben bovendien toestemming van het algemeen bestuur nodig.
b) Het aantal bij de EFRA aan te vragen plaatsen wordt bepaald aan de hand van het aantal ingediende Allocatie Aanvraag Formulieren. Dit formulier is verkrijgbaar bij het Secretariaat. Aanvragen dienen uiterlijk 15 oktober in het jaar voorafgaand aan betreffende EK of WK te worden ingediend bij het Secretariaat. Het indienen van een Allocatie Aanvraag Formulier verplicht automatisch tot het betalen van het verschuldigde inschrijfgeld voor bovengenoemde datum.
Indien minder dan het aangevraagde aantal plaatsen wordt toegekend zullen de plaatsen op volgorde van de eindstand van het Nederlands Kampioenschap van het voorgaande jaar. Wanneer er geen Nederlands Kampioenschap is verreden, zullen de plaatsen op volgorde van aanvraag worden toegekend. Aanvragers die hierdoor geen plaats krijgen toegewezen, krijgen hun inschrijfgeld terug.
Inschrijving voor EK met allocatie of WK wordt verzorgd door het Secretariaat. Rechtstreeks inschrijven door deelnemers is uitsluitend toegestaan voor internationale wedstrijden met open inschrijving.
Indien een rijder geen gebruik maakt van een reeds toegewezen allocatie dient hij daarvan zo spoedig mogelijk het Secretariaat in kennis te stellen. Niet deelnemen zonder afmelding kan gevolgen hebben voor het toekennen van allocaties voor de komende jaren.
c) Wanneer er tijdens een EK of WK door NOMAC teamkleding beschikbaar is gesteld, is de rijder verplicht deze kleding zichtbaar te dragen tijdens de landenpresentatie, tijdens de finales en tijdens de prijsuitreiking. Wanneer de rijder deze kleding niet draagt, kan dat gevolgen hebben voor zijn deelname aan een toekomstig EK of WK.
5.17 Slotbepaling
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het Algemeen Bestuur.